70-20-10 en het gelaagde brein – Hugo Hoetink

In onze visie is 70-20-10 zo populair omdat het concept goed aansluit bij de structuur van ons brein.  Door goed naar deze structuur te kijken, kunnen we 70-20-10 op een zeer effectieve manier invullen.  Hoe gaat dat in zijn werk?

Het gelaagde brein

Onze hersens zijn opgebouwd uit drie lagen. Dit klinkt alsof er sprake is van een goed doordacht ‘ontwerp’, maar dat is allerminst het geval. In de evolutie is in de hersens een stapeling van systemen ontstaan die slecht zijn geïntegreerd.  Het oudste deel van onze hersens, de hersenstam, wordt ook wel het reptielenbrein genoemd. Van hieruit worden alle lichaamsfuncties (zoals bloeddruk, spijsvertering, ademhaling)  gestuurd buiten ons bewustzijn om. Ook ons onbewust gedrag is vastgelegd in dit deel van het brein. Het gaat dan om overlevingsreflexen zoals ‘fight , flight en freeze’, maar ook om diep ingesleten gewoontes en vaardigheden. Later in de evolutie is bovenop dit systeem het ‘zoogdierenbrein’ gegroeid, ook wel bekend als  ‘de kleine hersenen’ of  ‘het limbische systeem’. Dit is de uitvalsbasis van onze emoties. Het limbische systeem heeft een heldere missie:  vermijd pijn en scoor beloningen!. Tenslotte heeft bij de mens een enorme groei van de neo-cortex (hersenschors) plaatsgevonden. Dit  is verreweg het grootste deel van onze hersenen en hier huizen vermogens als informatieverwerking, taalbeheersing, abstract denken, verbeeldingskracht en doelen stellen.

De neocortex verbruikt veel energie. Bij (lichte) stress trekt het bloed weg uit dit deel van de hersenen om energie te sparen voor eventuele fight en flight reacties.  Het reptielenbrein en het limbische systeem zitten dan aan het stuur, en de neocortex laat het afweten. Dan laten we ons  leiden door gewoontreflexen en het streven naar directe beloning.  Als de rust is weergekeerd, is de neocortex wel uitstekend in staat om een goed verhaal te verzinnen bij de dingen die we onder stress hebben gedaan en nagelaten: ‘ik kon niet anders’, ‘dit was niet de goede week om te stoppen’, ‘iedereen zou deze keus gemaakt hebben’, ‘eigenlijk maakt het ook niet zoveel uit’.