Feedback – Henny Veldhuizen

Gisteren was het weer zover. Ik zat in een zaaltje  met 10 managers.  Het ging over feed back. Dat bijna sleetse onderwerp waar het al jarenlang over gaat. Waar iedereen vóór is en niemand op  tegen kan zijn. Want dat feedback zinvol, ja zelfs noodzakelijk is, dat weten we allemaal! Want alleen dan kunnen we blijven leren, groeien, ontwikkelen en ga zo maar door.

Maar wat maakt nou dat dit onderwerp voortdurend en overal op de agenda blijft staan? Dat het altijd nog beter kan, dat het altijd weer aandacht behoeft?

Heel droogjes omschreven is er niks engs aan feedback: het gaat om het geven van een terugkoppeling, hoe iemands gedrag op je over komt. En dan hoop (en verwacht) je dat diegene daarop zijn gedrag aanpast aan hoe jij het graag ziet.  Zo  bekeken is er niks aan de hand en zou je denken dat dat overal al lang wordt toegepast.

Dat is in de praktijk dus anders.

Het lastige bij feedback geven is dat het meestal gaat over goed en fout. Of, zo zeggen we dan eufemistisch, hoe het ‘anders’ of ‘nog beter’ kan. Terwijl degene die de feedback krijgt dan allang in de boom zit.

Geweldloze communicatie – Verbindende communicatie

De mooiste kapstok voor feedback heb ik gevonden in de Geweldloze communicatie. Het model dat hierin gehanteerd wordt heb ik omgedoopt tot Verbindende communicatie.

Wat maakt deze kapstok zo bijzonder? Het voornaamste, basale en eigenlijk heel simpele uitgangspunt in de Geweldloze communicatie is dat wij als mensen allemaal dezelfde gevoelens en behoeften kennen. Wat er in de weg staat is onze manier van denken in termen van goed & fout.  Maar ook dat is heel menselijk. We beoordelen voortdurend onze waarnemingen in OK of niet-OK.  Zodra iets ons niet goed uitkomt ‘vinden we daar iets van’. Dan is het gedrag van de ander iets wat in de weg staat. De verleiding is  dan groot om die ander te beoordelen als ‘niet-OK’ en feedback moet ons dan helpen naar de situatie waarin alles weer OK is…. Dan is de kans groot dat, ondanks zorgvuldig gekozen woorden, de afkeuring van ons gezicht te lezen valt en we de ander de boom injagen om zijn ‘hachje te redden’. Want ja, als de aanval naar ons toekomt is verdediging de natuurlijk reflex!

De praktijk is dat een ander je soms in de weg zit, dat je een ander wel eens irritant vindt.  Dat zegt meestal minder over die ander maar alles over jezelf en over jouw behoefte. Als we in staat zijn om rond uit te komen voor die behoefte en daarmee verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen gevoelens van dat moment dan is de kans groot dat die ander dat kan horen en zich daarin kan verplaatsen.

Gelijkwaardige situatie

Dus…. Op het moment dat ik ‘ergens iets van vind’ dan is het zaak dat ik eerst mijn eigen binnenwereld verken:
• Wat gebeurt hier? (wat zie ik, wat hoor ik)?
• Wat doet dat met mij? (wat voel ik en wat denk ik)?
• Wat wil ik? (waar gaat het mij om)?
• Wat zou ik daarover aan de ander kunnen zeggen/vragen? (wat is mijn verzoek?)

Het helpt om het eigen oordeel in die situatie even te onderkennen (Adem in – adem uit….) om vervolgens mijzelf af te vragen ‘Wat is het in jou dat ik herken?’ om zodoende vanuit meer begrip en behoeftenvan de ander mijn eigen verzoek te brengen.

Pas dan is er sprake van een gelijkwaardige situatie. Geen sprake geheven vingertje maar een eerlijke uitspraak over wat voor mij belangrijk is. Dan is het voor de ander ook veel gemakkelijker om mij aan te horen en te blijven staan en die boom te laten voor wat hij is.