Stil maar; over discriminatie van emoties

Emoties

Blog Aukje Menger – “Je hoeft niet zo boos te worden.” “Stil maar, niet huilen.” “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.” Zo maar wat uitspraken die we allemaal wel eens gehoord of gebruikt hebben om een emotionele reactie te temperen. Ze vormen een klein onderdeel in het geheel van geschreven en ongeschreven regels over het omgaan met emoties. In dit tweede blog over emoties, sta ik stil bij hoe wij leren bepaalde emoties hoger te waarderen en makkelijker toe te laten dan andere.

Iedere familie heeft zijn eigen dynamiek. Manieren van met elkaar omgaan. Gewoontes. Bij mij thuis werd vaak gezegd “Als er wat is, moet je het zeggen.”. Dat vond ik nogal een moeilijke opdracht. Want het is soms ook wel fijn als je dingen die je dwarszitten (nog even) voor jezelf mag houden. En bovendien, een andere veel genoemde boodschap in mijn gezin was “Geen ruzie maken!”. Dus tja…toon je je boosheid dan wel, omdat er ‘wat is’, of toon je die boosheid niet omdat je geen ruzie wilt maken? Ik koos meestal voor dat laatste. Goed voor de harmonie in het gezin. Niet heel goed voor mijn ‘ruzie vaardigheid’.

4 B’s: welke mogen er niet zijn?

In het vorige blog over emoties schreef ik over de vier B’s (boos, blij, bang, bedroefd) en hun nut; de behoefte die zij representeren. Boosheid is verbonden aan de behoefte om een grens te stellen. Het heeft mij best wat moeite gekost om dat te leren. Ik was bang om met het uiten van boosheid niet alleen tijdelijk de harmonie te verstoren, maar ook blijvend goede relaties te beschadigen. Zo leert ieder in zijn jeugd bepaalde ‘voorschriften’ over emoties. Of dat nu gaat over het niet tonen van verdriet, het binnenhouden van boosheid, het niet teveel te koop lopen met of genieten van blijdschap of het verbergen van angst. Veel van ons ontwikkelen de gewoonte om een of meer van de B’s te discrimineren; die mogen er niet zijn. En dat is niet handig. Omdat die emoties zich toch met regelmaat aandienen. En zoals gezegd ook een bepaalde behoefte vertegenwoordigen.

Ook in bedrijven leren we om bepaalde emoties niet te tonen. Veel van ons vinden verdriet tonen in een professionele omgeving ongepast, schamen zich daarvoor. Ook angst is een emotie die in veel organisaties bepaald weinig aanzien heeft. Boosheid word vaak gekoppeld aan een bepaalde kracht, vurigheid en durf, dus daar ligt minder taboe op (mits het in uitingsvorm enigszins binnen de perken blijft). Blijheid word goed verdragen, mits niet te veel en te vaak, want dan word de betreffende collega toch wat minder serieus bekeken (“blij ei”). Door angst en verdriet te ‘discrimineren’, geven we minder actief uiting en vorm aan de universele behoeftes van veiligheid en troost. En veiligheid en troost kunnen we in onze werkomgeving toch echt wel gebruiken!

Dus? Wees je om te beginnen bewust van jouw eigen ‘gediscrimineerde emoties’; welke gevoelens mag jij van jezelf niet ‘zomaar’ laten zien? En wat loop je daardoor mis? En hoe zit dat in de organisatie waar je werkt? Zijn daar bepaalde emoties een ‘no go area’? Moedig mensen op je werk aan om eerlijk te zijn over hoe ze zich voelen. Zo leren we beter omgaan met de diversiteit aan ervaringen die bij werken en samenwerken komt kijken.