Hoe het gaat? Goed. Of eigenlijk…

Blog Aukje Menger – Ik sta bij het lunchbuffet. We zijn halverwege de trainingsdag en een van de trainees sluit aan. Hij loopt naar me toe en zegt “Hee, hoe gaat het met je?” Een hele gewone vraag. Die in veel gevallen meer als begroeting dan als daadwerkelijke vraag gebruikt wordt. Ik hoor mezelf antwoorden “Ja, goed. Met jou?” En dan bedenk ik me … dit klopt niet. Want eigenlijk zit ik helemaal niet zo lekker in mijn vel. M’n hoofd loopt over, ik slaap al een paar weken niet goed en ik voel me rusteloos. Niet precies een situatie die zich door “ja, goed” laat samenvatten . Maar ja … wil hij echt weten hoe het met me gaat of is de vraag bedoeld als groet? En als ik vertel hoe het gaat, maak ik de sfeer dan niet meteen ongemakkelijk? Maar toch: “Tja, ik zeg nou wel goed, maar dat klopt eigenlijk niet. Het gaat momenteel niet zo geweldig met me.” We hebben er een kort en prettig gesprek over en hoewel er aan mijn situatie niks veranderd is, voelt het beter. Omdat ik de ruimte heb gemaakt om echt te zijn in plaats van pro forma.

Het is een voorbeeld dat laat zien hoe een ogenschijnlijk makkelijke en vaak zonder veel gedachten gestelde vraag voor de beantwoorder nogal wat dillemma’s teweeg kan brengen.

  1. Weet ik zelf wel hoe het gaat?

    Je beantwoord deze vraag zo vaak op ‘autopilot’, dat je in veel gevallen niet nagaat hoe het met je is. En als je daar even bij stilstaat, kan het nog best een klus zijn om een antwoord te vinden dat past bij hoe jouw toestand op dat moment is. Het antwoord “alles goed” of “alles slecht” is eigenlijk nooit van toepassing. Dus wat zijn de dingen die op dat moment goed gaan en wat zijn de dingen die slecht gaan? Eigenlijk een mooie uitnodiging om eens even genuanceerd bij jezelf stil te staan. Maar … je kan natuurlijk ook volstaan met een “Tja …” of “Wat zal ik er eens over zeggen …”

  2. Wil ik het hier over hebben?

    Stel je voor dat je de plussen en minnen van jouw status quo op een rijtje hebt. Dan kun je er geen zin in hebben om dit met de vraagsteller te bespreken. Omdat je geen zin hebt in de emoties die met het eerlijke antwoord meekomen. Of misschien gewoon niet op dit moment. Omdat het het begin van een belangrijke meeting is die jij voorzit. Of de onderhandeling over je salaris. Een simpel “goed” of “laten we daar later nog eens over doorpraten” is dan een prima plan.

  3. Wil die ander het hier over hebben?

    Tja…dat kun je van tevoren natuurlijk niet zeker weten. Wat je wel weet is dat degene je net een vraag gesteld heeft. Om te bepalen of die ander zin heeft in een eerlijk en genuanceerd antwoord kun je twee dingen doen. Goed kijken of een vraag stellen. Als je goed naar de vraagsteller kijkt, kun je zien of hij aandacht voor je heeft en of het moment er naar is om even rustig over de vraag door te praten. Zit of staat hij met een open, naar jou toegewende lichaamshouding? Maakt hij oogcontact? Maakt hij aanstalten om verder te lopen? Als je twijfelt en/of het zeker wil weten kun je de vraag stellen “heb je tijd voor een wat uitgebreider antwoord?”.

Het beantwoorden van deze simplele ‘pro forma’ vraag, vraagt dus om bewustzijn, reflectie en afstemming. Niet zo simpel. Maar wel te oefenen.

De volgende dag zit ik bij een andere groep. We zijn bezig met het ‘incheck rondje’. De vraag is “hoe gaat het met je?” De eerste deelnemer neemt het woord. “Goed.” En net op het moment dat ik wil vragen naar een genuanceerder antwoord, vult hij aan “Tja … en wat gaat er dan goed? En wat gaat er misschien wat minder?” Mooi!